Al wie geen diploma kan voorleggen van een volledige cyclus land- of tuinbouwgericht onderwijsvan minstens het niveau hoger secundair onderwijs (dus ook na het lager secundair onderwijs land- of tuinbouwonderwijs of 4 jaar secundair onderwijs) moet een installatieattest kunnen voorleggen indien hij wenst een beroep te doen op de tussenkomsten van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) voor de eerste vestiging op een land- of tuinbouwbedrijf ( een minimale beroepservaring van 2 jaar is eveneens vereist).
De vereisten voor het krijgen van het installatieattest zijn verschillend naargelang van de genoten opleiding:
Voorwaarde |
Bijscholing gestart
VOOR 1 juli 1996 (*) |
Bijscholing gestart
NA 1 juli 1996 (**) |
| 1) |
getuigschrift of diploma van land- of tuinbouwgericht onderwijs |
|
|
| |
- lager secundair onderwijs |
B-cursus |
Starterscursus type A + B + installatieproef |
| |
- 2de graad secundair onderwijs |
B-cursus |
Starterscursus type A + B + installatieproef |
| |
- 4 jaar secundair beroepsonderwijs + kwalificatiejaar |
B-cursus |
Starterscursus A + installatieproef
|
|
|
|
|
| 2) |
getuigschrift of diploma van niet land- of tuinbouwgericht onderwijs of geen getuigschrift of diploma |
B-cursus |
Starterscursus type A + B + stage + installatieproef
|
|
|
|
|
| 3) |
minstens vijf jaar werkzaam op een landbouwbedrijf onder het statuut van meewerkende echtgenoot/echtgenote (***). |
B-cursus |
Starterscursus type A + B + installatieproef |
De totaalduur van de gevolgde stages is minstens twintig stagedagen.