Het runnen van een modern landbouwbedrijf vraagt naast een stevige technische bagage tevens een goede kennis van bedrijfseconomie en van heel wat reglementen en voorschriften waar elk bedrijf mee in aanraking komt: milieuwetgeving, MTR, pachtwet, sociale wetgeving, fiscaliteit, sanitaire maatregelen,...
Bij de overname of de oprichting van een bedrijf komen daarbij nog een reeks specifieke materies kijken die de goede start mee bepalen: financieringsmogelijkheden, notariƫle aspecten, vennootschapsleer,...
Een land- of tuinbouwbedrijf opstarten of overnemen zonder een goede voorbereiding van de kandidaat-bedrijfsleider is niet meer van deze tijd.
Wie neemt deel?
- De startersopleiding richt zich tot alle personen die een overname of start in de land- of tuinbouw overwegen.
- Zij is verplicht voor de personen die zich wensen te vestigen op een landbouwbedrijf en hiervoor een tussenkomst wensen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds wanneer die geen landbouwopleiding hebben van minstens het niveau hoger secundair onderwijs
Bij het slagen voor het eindexamen wordt een installatieattest afgeleverd.
Het bekomen van een installatieattest verloopt in vier fasen.
Deze startersopleidingen (vroeger beter gekend als een B-cursus) bestaat uit verschillende onderdelen die men moet doorlopen alvorens men kan deelnemen aan de installatieproef.
- De algemene starterscursus (type A)
- De bijzondere starterscursus (type B)
- De stages
- De installatieproeven
De verschillende onderdelen van de bedrijfsleidercursus kunnen ook afzonderlijk gevolgd worden.
|